Als je online zoekt of scholen aan de toegankelijkheidswet moeten voldoen, krijg je twee antwoorden, allebei met evenveel stelligheid gebracht. Het ene: ja, scholen worden met publiek geld betaald, dus de wet geldt. Het andere: nee, scholen zijn uitgezonderd.

Daarom ben ik de bronnen nagelopen. En het blijkt dat ze elkaar tegenspreken.

De uitzondering voor scholen staat niet in de Nederlandse wet

De Europese richtlijn achter onze wet laat elk land zelf kiezen of schoolwebsites eronder vallen. Artikel 1, lid 5 van richtlijn (EU) 2016/2102:

De lidstaten kunnen websites en mobiele applicaties van scholen, kinderdagverblijven of crèches uit het toepassingsgebied van deze richtlijn sluiten, behalve wat betreft content ervan in verband met wezenlijke online administratieve functies.

Kunnen dus; niet moéten. En in het Besluit digitale toegankelijkheid overheid (Bdto) staat dat artikel niet. Het besluit sluit alleen publieke media-instellingen uit, plus de NPO en de RPO. Scholen komen er niet in voor.

Waarom dat artikel ontbreekt staat in de toelichting bij het besluit (Staatsblad 2018, 141):

ook kinderdagverblijven, crèches en scholen zullen veelal buiten de werkingssfeer van richtlijn en besluit vallen

Niet omdat ze zijn uitgezonderd, maar omdat ze meestal geen overheids­instantie zouden zijn. Dat "veelal" is dus geen uitzondering maar een verwachting, en het Besluit digitale toegankelijkheid overheid laat scholen daarmee open. Iedereen die dat gat invult komt op iets anders uit.

Drie manieren om het te lezen

De bronnen zeggen niet hetzelfde, en daardoor is meer dan één antwoord te verdedigen. Welk antwoord je krijgt, hangt af van welke bron je laat wegen.

1. Strikt naar de wettekst

Een school is geen overheids­instantie, dus er is geen uitzondering nodig en er geldt niets. Ook niet voor online administratieve functies zoals een inschrijfformulier.

2. Naar de voorlichting van de rijksoverheid

Digitoegankelijk, de voorlichtingssite van het Rijk zelf, zet scholen wél in het rijtje dat erbuiten valt:

kinderdagverblijven, crèches en scholen. Let op: deze organisaties moeten hun essentiële online administratieve functies wél toegankelijk maken.

Dat is de tekst van de keuze uit de Europese richtlijn, de keuze die niet in het Besluit digitale toegankelijkheid overheid staat. Het genoemde voorbeeld van zo'n functie is het digitaal aanmelden van een leerling. Een inschrijfformulier moet dus wel voldoen aan de toegankelijkheidseisen.

3. Naar dezelfde definitie in het aanbestedingsrecht

Het Besluit digitale toegankelijkheid overheid legt zelf een link met het aanbestedingsrecht. In artikel 1 omschrijft het een overheids­instantie namelijk als: de overheid plus "publiekrechtelijke instellingen als gedefinieerd in artikel 2, lid 1, punt 4, van Richtlijn (EU) 2014/24".

Dat is de Europese aanbestedingsrichtlijn. Of een school onder de toegankelijkheidswet valt, hangt dus af van een begrip uit het aanbestedingsrecht: opgericht voor het algemeen belang, niet commercieel, met rechtspersoonlijkheid, en grotendeels door de overheid bekostigd, onder overheidstoezicht of met een bestuur dat voor meer dan de helft door de overheid is aangewezen.

PIANOo, het expertisecentrum aanbesteden van het Rijk, past die criteria dagelijks toe en komt uit op het tegenovergestelde: openbaar én bijzonder onderwijs zijn in de regel een publiekrechtelijke instelling. Daarom moeten bekostigde scholen ook Europees aanbesteden.

Voldoen ze aan die criteria, dan zijn ze onder het Bdto dus een overheids­instantie. En dan geldt de wet niet voor een enkel formulier, maar voor de hele site.

Voor mbo, hbo en universiteiten is het niet omstreden

Die vallen er gewoon onder. Het ECIO is het expertisecentrum dat mbo, hbo en universiteiten adviseert over inclusief onderwijs. En het is er duidelijk over: de verplichting geldt voor overheidsorganisaties en publiekrechtelijke instellingen, waaronder hogescholen, universiteiten en mbo-instellingen die met publieke middelen worden gefinancierd.

Een bekostigde basisschool of middelbare school wordt net zo goed met publiek geld betaald als een hogeschool. Waarom de een er wel onder valt en de ander niet, legt geen enkele bron uit.

Waar de drie manieren samenkomen

Bij de tweede en de derde manier moeten de wezenlijke online administratieve functies toegankelijk zijn: bij de tweede alleen die, bij de derde de hele site. Bij de eerste vervalt alles, maar dan zeg je tegelijk dat de rijksoverheid haar eigen voorlichting tegenspreekt.

Die functies zijn dus het enige deel van de site dat op geen van de drie manieren wegvalt. Wil je zeker zitten zonder eerst een juridische discussie te voeren, dan begin je daar.

Wat onbeslist blijft, is wat er verder onder valt. De richtlijn definieert de term niet, en het aanmelden van een leerling is het enige voorbeeld dat de voorlichting noemt. Dat het ouderportaal, ziek melden en aanmelden voor een ouderavond meetellen, is aannemelijk, maar dus nog open.

Begin bij het inschrijfformulier

Een formulier is maar één van de online administratieve functies, en waarschijnlijk niet het enige dat moet kloppen. Het is wel de plek waar het snelst iets misgaat. Vijf dingen komen vaak terug, en geen ervan merk je als je het formulier zelf even naklikt:

  • Labels die geen label zijn. Een tekst die niet gekoppeld is aan een invoerveld. Wie het formulier met een screenreader invult, hoort dan "invoerveld" en verder niets.
  • Een placeholder in plaats van een label. De vraag staat grijs in het veld zelf en verdwijnt zodra je begint te typen. Halverwege weet je niet meer wat er ook alweer gevraagd werd.
  • Keuzegroepen zonder fieldset. Schoolniveau of locatie als rijtje radioknoppen, zonder dat de vraag erboven aan die groep gekoppeld is. Je hoort de opties, niet waar ze bij horen.
  • Een focus die je niet ziet. Wie zonder muis invult, springt met Tab van veld naar veld. Is die rand om het actieve veld weggehaald, dan zie je niet meer waar je bent en typ je op de gok.
  • Foutmeldingen die alleen kleur gebruiken. Een rood randje om een veld is geen melding. Er moet staan wát er mis is en hoe je het oplost.

Wat die eisen precies inhouden, en waarom de wet naar niveau AA wijst, staat in WCAG 2.1 AA. Wat daar sinds WCAG 2.2 bij is gekomen, staat in een apart stuk.

Hoe je dit klein houdt

Eén formulier doorlichten is geen traject van maanden. Je loopt het na met het toetsenbord, je test het met een screenreader, en wat eruit komt is een korte lijst met wat er in de code moet gebeuren.

Voor een school die niet weet waar ze aan toe is, is dat ook de goedkoopste manier om aan de veilige kant te gaan zitten: je lost het onderdeel op waar alle drie de manieren het over eens zijn, en je laat de rest even rusten.

Gaat het niet alleen om dat ene formulier? Bij een website toegankelijk maken staat wat een heel traject kost en hoe het loopt.